Bedrijven schoorvoetend akkoord met leaseregels

Door: Jeroen Piersma

Naar verluidt heeft de vroegere voorzitter van de internationale boekhoudregelgever IASB, sir David Tweedie, ooit gezegd dat hij eindelijk wel eens een keer in een vliegtuig zou willen zitten dat gewoon op de balans staat van de luchtvaartmaatschappij. Zijn organisatie is al sinds het einde van de jaren negentig bezig deze droom te realiseren. Alle leasecontracten op de balans, zodat de buitenwereld een reëel beeld krijgt van de financiële verplichtingen die het bedrijf is aangegaan en beleggers bedrijven beter met elkaar kunnen vergelijken.

Optisch kortere balans

Het heeft tot eind 2015 geduurd voordat de IASB met een voorstel kon komen waar zijn achterban, de bedrijven die volgens de boekhoudregels van IFRS rapporteren, mee kan leven. Er is jarenlang geruzied over plannen van de IASB. Bedrijven maken graag gebruik van leasecontracten, niet alleen vanwege het gemak, maar ook omdat een deel van die financiering buiten de balans kan blijven. Dat levert vooral in bepaalde sectoren optisch een kortere balans en betere ratio’s op. En dat is prettig in het contact met banken en beleggers. Van de € 3000 mrd die beursgenoteerde bedrijven aan leasecontracten hebben afgesloten, is dan ook zo’n 85% ‘off balance’.

Schulden nemen toe

Met name de retailsector, maar ook luchtvaartmaatschappijen, maken veel gebruik van de zogenoemde operational lease, de variant waarbij winkelpanden en vliegtuigen buiten de balans kunnen blijven. Maar ook in jaarrekeningen van de dienstensector treden straks flinke veranderingen op als zij zich aan de nieuwe IASB-regels moeten houden, zo blijkt uit een onderzoek van accountantskantoor PwC. De schulden nemen met zo’n 42% toe en de solvabiliteit zakt van 40 naar 37%. Vaak hebben bedrijven in deze sector, zoals uitzendbureaus, een kleine balans, zodat de omzetting van lease in schuld hard aankomt.

Forse klus

Er zijn nog meer redenen voor het verzet. De overgang naar de nieuwe leaseregels jaagt ondernemingen ook op kosten. Zij moeten op zoek naar alle leasecontracten, die in sommige gevallen teruggaan tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw, en die op de balans zetten. Een forse administratieve klus. Tegelijk is de leasesector zelf altijd bang geweest dat leasefinanciering onder nieuwe regels een stuk minder populair zou worden. Of dat bedrijven er alleen nog maar voor zouden kiezen leasecontracten met een korte looptijd te nemen.

‘De IASB is voor een deel aan de bezwaren tegemoetgekomen’, zeggen Jay Tahtah, partner bij PwC, en Erik Roelofsen, hoogleraar accountancy aan de Erasmus Universiteit. Bedrijven hoeven straks voor vastgoed niet alle termijnen van een leasecontract op de balans zetten, maar mogen volstaan met de eerste huurperiode. ‘Dat is een tegemoetkoming aan de leasesector, omdat het voor bedrijven de prikkel weghaalt om alleen maar korte leasecontracten af te sluiten.’

Kortlopende contracten

De rest van de leasemarkt, van kantoormeubilair tot auto’s, is de IASB tegemoetgekomen doordat kleine contracten (tot € 5000) en kortlopende contracten (van een paar maanden) niet op de balans gezet hoeven worden. Rederijen bijvoorbeeld kunnen een schip, dat ze voor enkele maanden charteren, buiten de balans houden. ‘Alles bij elkaar een behoorlijke verlichting van de oorspronkelijke voorstellen’, oordelen Tahtah en Roelofsen. Al vinden zij de grens van €5000 aan de lage kant. ‘Autoleases komen boven die €5000 uit.’

Amerikaanse systematiek

Dat neemt niet weg dat de missie van de IASB toch maar gedeeltelijk is geslaagd. De nieuwe leaseregels gelden alleen voor de landen die IFRS hanteren. De Verenigde Staten hebben gekozen voor een eigen systematiek. Amerikaanse bedrijven moeten weliswaar alle leaseverplichtingen op de balans zetten, maar mogen op de verlies- en winstrekening onderscheid blijven maken tussen financial lease (altijd al op de balans) en operational lease (tot nu toe off balance). ‘De Amerikaanse regelgevers hebben naar hun eigen bedrijven geluisterd’, zegt Tahtah. Het gevolg is dat bedrijven binnen IFRS beter vergelijkbaar worden, maar dat de vergelijking tussen Amerikaanse en Europese bedrijven moeilijker wordt.